Beenkerver Twee wolven 1. Deel 1 - De dromer Ik ben de dromer van het kwaad De stem van waanzin en van leugens en van haat Een schepping van mijn eigen hand Een roofdier gaat op jacht naar mijn verstand Oh wilde wolf, eter van mijn dode dromen Mijn geest is leeg, een zee van zwart met gouden rand Waar ik ook kijk, mijn leven is vol hartenpijn Wat ik ook doe, je raakt mij in mijn diepste zijn... Verlies mijzelf, de oudste pijn De honger schreeuwt, de angst achterna Oh woeste wolf, breker van mijn zelfvertrouwen Laat niet na, het laatste offer te vervullen Hervind je kracht, en klauw je weg uit mijn gedachten Jouw stem spleet, mijn hoofd... in twee... Alle nachten kroop jij in mijn hoofd, verdoofd 2. Deel 2 - De strijder Ik kon de waanzin niet meer aan De wolf van vrede, ondervoed De strijd voor kalmte niet gegund Twee kanten van dezelfde munt Trotse strijder van het eerste uur Haar tanden scheuren door de duisternis Slechts een schaduw van gewenst geluk Is voldoende om de wolf te voeden Waar de angsten worden blootgelegd Waar somberheid een huis heeft Waar twee wolven vechten om hun plaats Een strijd die ik niet kan winnen Mijn lege hart Mijn warme ziel Mijn zware hoofd De maalsteen van mijn diepste zijn 3. Deel 3 - De verliezer De mond van de slang sprak venijn De oren van de wolf waren doof voor bedrog Ik schreeuw en zie wat ik verloor Een spiegel naar het mooie wat ooit was Silhouetten van verlorenen Een leven dat ik achterliet in mijn verdriet De strijd duurt voort, in mijn geestesoog Een zware last, die ik constant bij mij draag Een verdoving van mijn zintuigen De leegtes opgevuld met klanken van de dood De twee wolven winnen allebei De tweestrijd in mijn hoofd is voorbij Twee gedachtes die ik beiden voed Ik besta enkel nog uit kwaad en uit goed